MEER THEORETISCHE ACHTERGROND OVER HEUPDYSPLASIE

Bot groeit ter hoogte van het gewricht doordat er steeds meer kraakbeen wordt gevormd, waarna door de bloedvaten in het onderliggende bot „kalk” wordt aangebracht waardoor het kraakbeen „verbeent” tot bot. Wanneer de groei hormonaal wordt beëindigd zal het laatste laagje kraakbeen niet meer verder omgezet worden tot bot, maar overblijven als gewrichtskraakbeen. Om op elkaar afgestemd te kunnen groeien (SYNPLASIE) moeten beide gewrichtshelften met de juiste hoeveelheid druk tegen elkaar worden gedrukt, zodat zij als „mal” ("gietvorm”) dienen voor elkaars groei.

 

Onevenwichtige druk met overdruk die zich concentreert op kleinere oppervlaktes, kan ervoor zorgen dat op de plaatsen waar de druk te hoog wordt, de bloedvaten uit het onderliggende bot beschadigd geraken zodat er onvoldoende kalk wordt aangebracht voor de omzetting van het kraakbeen met als resultaat te zacht onderliggend bot. Wanneer de druk op die plaats hoog blijft, zal dat zachte bot in elkaar gedrukt worden en het gewrichtskraakbeen erboven "mee in deze put zakken" en uitscheuren waardoor er een losse flap ontstaat. Dit heet OCD (= OsteoChondritis Dissecans) en vind je vooral terug in de schouder, in de elleboog, in de knie en in het hielgewricht (heel soms ook thv wervels).

Te weinig druk gaat er, door gebrek aan tegendruk, voor zorgen dat er te overvloedig kraakbeen wordt gevormd en holtes te veel worden opgevuld. Dit is wat je ziet gebeuren bij heupdysplasie: door laxiteit van de structuren die het gewricht in elkaar moeten drukken, gaat de heupkom zich stelselmatig vullen, waardoor de heup alsmaar meer en meer uit de kom neigt te gaan en dit effect zelfversterkend wordt. Daar waar men vroeger dacht dat het probleem ontstond doordat de kom te ondiep is, heeft men dus ontdekt dat het eigenlijk omgekeerd is: de kom wordt te ondiep doordat de heup te los in elkaar hangt en de neiging heeft uit de kom te gaan.

De behandeling van heupdysplasie hangt af in welk stadium de dysplasie zich bevindt, m.a.w.  welke schade het kraakbeen reeds heeft, of de kom nog voldoende diep is zodat de ontwrichting reduceerbaar is en onder welke hoek de kom staat. Operaties die het behoud van de eigen heup inhouden, zijn te verkiezen boven andere ingrepen, omdat ze ook een normaal fysiologisch gebruik van de heupfunctie toelaten en eigen weefsel niet afgestoten kan worden:

 

1) op erg jonge leeftijd (tot maximum 16 weken) kan je de groeilijn op de middenlijn onderaan het bekken verschroeien, zodat de groei daar stopt en de verdere groei de kommen meer naar beneden richt. Dit heet "SYMPHYSIODESE”.

 

2) indien er geen kraakbeenbeschadiging is, geen slijtage aan de dorsale acetabulumrand (DAR = buitenste bovenrand van de heupkom), de diepte van de heupkom nog een volledig terugkeren van de heupkop in de kom toelaat en indien de nodige kantelingshoek niet meer is dan 30°, is een BEKKENKANTELING nog mogelijk.  Hierbij wordt het deel met de kom, losgemaakt van de rest van het bekken en met speciaal daarvoor ontworpen botplaten terug gefixeerd in een hoek die 20°, 25° of 30° meer naar beneden wijst, waardoor de heup tijdens de beweging spontaan terug dieper in elkaar gedrukt wordt. Afhankelijk of we 2 dan wel 3 zaagsnedes dienen te maken heet dit een DOUBLE of TRIPLE PELVIC OSTEOTOMY.

 

3) indien aan de voorwaardes voor een bekkenkanteling niet kan worden voldaan, is de beste oplossing een HEUPPROTHESE (kunstheup). Het grote voordeel van een heupprothese is dat ze een volledig functioneel gebruik van de heup toelaat en een zeer snel herstel biedt.

Nadeel is, net zoals bij de mens, dat het gaat om een lichaamsvreemd implantaat, dat in zeldzame gevallen kan worden afgestoten, vooral wanneer er via de bloedbaan kiemen bij komen.

Sedert we in 2008 naar het Biomedtrix systeem zijn overgeschakeld, zijn de protheses sterk geëvolueerd, waarbij we nu aan de derde generatie types protheses zitten, die de succeskansen sterk hebben vergroot.

 

4) in de laatste plaats kan je de heupkop en hals verwijderen (FEMURKOP en -HALSAMPUTATIE of THNE: Total Head and Neck Excision) , waarna het dier in de pezen en spieren steunt. Dit geeft bij dieren met een laag gewicht vaak een bevredigend resultaat, maar het herstel kan erg lang duren (tot 6 maanden), is moeilijk voorspelbaar en kan bij gewichten boven de 20 kg tegenvallen. De functionaliteit van de heup is nooit meer hetzelfde, de bedoeling is vooral de pijn weg te nemen.

Erg dysplastische heupen

Gezonde heupen

Huisdierchirurgie-Verdonck bvba    Appelkantstraat 49    2530 Boechout (B)     Tel + 32 (0)3 455 46 40   Disclaimer     Algemene Voorwaarden

Huisdierchirurgie-Verdonck bvba  Appelkantstraat 49  2530 Boechout (B)  Tel + 32 (0)3 455 46 40

           Disclaimer Algemene Voorwaarden

Huisdierchirurgie-Verdonck bvba  Appelkantstraat 49  2530 Boechout (B)  Tel + 32 (0)3 455 46 40

   Disclaimer Algemene Voorwaarden